parkeerbeleid

Actie tegen het parkeerbeleid van Zeeuwse gemeenten t.a.v. mensen met een beperking

 

Opzet actie van de PCG-werkgroep

In 2011 deed Klaverblad Zeeland voor het eerst onderzoek naar de parkeerkosten van mensen met en beperking in Zeeland. Het onderzoek betrof leges– en keuringskosten voor het aanvragen van een Gehandicaptenparkeerkaart (GPK), de kosten voor het verkrijgen van een eigen Gehandicaptenparkeerplaats (GPP) en de parkeertarieven. Het onderzoek werd in 2012 herhaald. Een PCG-werkgroep gebruikte de gegevens uit het laatste onderzoek om actie te voeren tegen de 13 Zeeuwse gemeenten. We schreven hierover eerder in onze Nieuwsbrieven en op deze plaats van de website.

De werkgroep beoogde met haar actie

  1. Het verlagen van de soms zeer hoge bijdragen die van mensen met een beperking worden gevraagd,
  2. Het bewerkstelligen van meer uniformiteit t.a.v. de bijdragen die de verschillende gemeenten vragen.

Zij startte haar activiteiten met het opstellen van een visiestuk, waarin stond hoe een door haar gewenst parkeerbeleid voor mensen met een beperking eruit zou kunnen zien. Vervolgens ging de werkgroep na in hoeverre het parkeerbeleid van de 13 gemeenten, voor zover de werkgroep daarvan kennis had genomen via het Klaverblad-onderzoek, strookte met wat in het visiestuk naar voren werd gebracht.

De colleges van B&W van de 13 gemeenten ontvingen een brief met de uitkomst van de vergelijking van het beleid van de betreffende gemeente met het opgestelde visiestuk. Voor een drietal gemeenten leverde dat een zondermeer gunstig “rapport” op. Het beleid van de overige week in meer of minder ernstige mate af van de inhoud van het visiestuk. De grootste  verschillen hadden betrekking op de bijdragen gevraagd voor het verkrijgen van een eigen GPP: van €. 0 tot  €. 570.

In de brieven drong de werkgroep er bij de gemeenten op aan hoge bijdragen te verlagen en te streven naar een meer uniform beleid. De wenselijkheid van dat laatste werd ook bepleit in een brief aan de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG). Afschriften van de brieven aan de colleges gingen naar de gemeenteraden en de WMO-raden van de verschillende gemeenten. Aan alle brieven waren toegevoegd de uitkomsten van het Klaverblad-onderzoek en het visiestuk van de werkgroep.

Reacties van de gemeenten 

Van 6 gemeenten ontving de werkgroep een schriftelijke reactie, de overige werd telefonisch daarnaar gevraagd. De opvallendste reacties.

  • Gemeenten waarvan het parkeerbeleid t.a.v. mensen met een beperking op een of meer onderdelen als negatief werd beoordeeld, zijn niet bereid dat te herzien. 
  • Streven naar meer uniformiteit is iets wat gemeenten niet zien zitten; zij beroepen zich op hun autonomie; alleen op Walcheren zijn de gemeenten voornemens hun parkeerbeleid meer op elkaar af te stemmen.
  • Een terugkerend argument voor het bepalen van de hoogte van bijdragen, vormen besluiten van de gemeenteraden dat diensten (ook als het gaat om parkeren) kostendekkend moeten zijn.
  • Aan dat “kostendekkend” wordt een verschillende inhoud gegeven!
  • Een (nieuwe) trend lijkt te zijn: We brengen parkeerkosten aan mensen met een beperking in rekening als bewijs dat ze “volwaardig participeren in de samenleving”.
  • Gemeenten gaan nog al verschillend om met uitvoeringsregels. Wie bv. een gehandicaptenparkeerkaart aanvraagt, kan te maken krijgen met een gemeente die een medische keuring eist (a), beslist op basis van een al aanwezig medisch dossier (b), dat laatste alleen doet bij verlenging (c).
  • Reactie op het bezwaar van kostenstapeling voor mensen met een beperking: er zijn altijd compensatiemogelijkheden; men kan een beroep doen op de bijzondere bijstand.

Hoe verder? Over die vraag denken werkgroep en PCG-bestuur nu na. Enkele dingen zijn ons duidelijk geworden:

  • In ev. vervolgacties moet het gaan over de vraag of het parkeer-beleid van een aantal Zeeuwse gemeenten wel past bij het idee van de inclusieve samenleving. Anders gezegd: Belemmert dat beleid niet het volwaardig participeren in de samenleving?
  • Als dat beleid veranderd moet worden, dan ligt de sleutel daartoe in handen van de gemeenteraden.
  • Belangrijk voor ev. vervolgactiviteiten zijn de ervaringen van mensen met een beperking (en chronisch zieken) met het parkeerbeleid van hun gemeente.

Wij vragen u dringend uw ervaringen, uw verhaal aan ons door te geven via onze website.

Een voorbeeld hoe dat verhaal eruit zou kunnen zien, vonden we in Trouw van 5 september 2012. Daarin vertelt de heer Blom uit Amsterdam wat hem overkwam toen hij t.b.v. zijn gehandicapte dochter Jasmijn een gehandicaptenparkeerkaart aanvroeg.

“Hiervoor is een afspraak met een GGD-arts nodig. Die moet vaststellen dat de aanvrager bijvoorbeeld niet kan lopen. ‘Blom: “In totaal moesten we 182,50 euro betalen. Veertig voor het document, wat ik logisch vind, en de rest voor de GGD-arts die waarschijnlijk na een minuut zal diagnosticeren dat Jasmijn niet kan lopen. Ik zei tegen de gemeenteambtenaar: “Mijn dochter zit naast me. Je kunt toch zien dat ze niet kan lopen?” Ze zei: “Zo gaat dat niet.” Waarop ik zei: “Laat me haar medisch dossier dan naar een arts sturen. Die kan dan vaststellen dat Jasmijn niet kan lopen.” Ook dat mocht niet, want dat zou fraudegevoelig zijn. (...) Blom hield voet bij stuk, en trof een GGD-arts die bereid was om op basis van medische documenten zijn goedkeuring te verstrekken. Het kostte hem uren werk, maar de 140 euro kreeg hij terug, zegt hij.”

 

N.B.

Mocht u het volledige verslag en het visiestuk van de werkgroep-Parkeerbeleid willen hebben, neem dan contact op met het PCG-secretariaat.