PCG

Vervolg op de 10 mei bijeenkomst (1)

PCG Zeeland organiseerde op 10 mei jl. in Terneuzen een bijeenkomst over het OV en het Wmo-vervoer. Het werd een levendige bijeenkomst, over een onderwerp dat de deelnemers na aan het hart bleek te liggen. Inmiddels is er een vervolgplan opgesteld, dat op 15 juni a.s door het PCG-bestuur wordt besproken. Eén van de onderdelen eruit is dat onze stichting bij de landelijke koepel Ieder(in) aandacht wil vragen voor de vervoerssituatie in landelijke gebieden als Zeeuws-Vlaanderen.

Maar 15 juni is nog zo ver weg. Daarom nu vast een link naar een blog van de Ieder(in)-voorzitter, waaruit blijkt dat ook onze koepel het onderwerp al in de picture heeft. Klik hier om naar de tekst van de Ieder(in)-voorzitter mevrouw Soffer te gaan. Wij vonden haar verhaal in een Nieuwsbrief van Binnenlands Bestuur.

Een onderwerp dat op deze pagina ongetwijfeld een vervolg krijgt!

100_pcg_logo_fc.jpg

Gesprek WGW en PCG Zeeland met drie Walcherse wethouders Sociale Domein (12-09-2016)

Dhr. Stronks geeft aan dat het doel van het gesprek is te komen tot een werkbare overlegstructuur tussen chronisch zieken/mensen met een beperking (of hun vertegenwoordigers) en de gemeenten. Wat PCG Zeeland graag zou willen, komt voort uit a) de manier waarop de organisatie nu werkt en b) de positieve houding van een aantal Zeeuwse ambtenaren en wethouders. Allereerst geeft hij in een viertal punten weer wat de gewenste samenwerking zou kunnen inhouden:

  • de gemeenten informeren ons over nieuwe regelingen of voorgenomen beleid als dit van belang is voor onze doelgroepen,
  • wij verstrekken gemeenten informatie over onze doelgroepen die voor het opstellen van gemeentelijk beleid belangrijk zou kunnen zijn,
  • wij mogen meedenken over het tot stand komen van het gemeentelijk beleid (voor zover van belang voor onze doelgroepen, vb. het Doelgroepenvervoer op Walcheren),
  • wij geven de van gemeenten ontvangen informatie over regelingen of voorgenomen beleid door aan onze achterban.

 Vervolgens geeft hij drie voorbeelden van samenwerking met gemeenten, passend bij voorgaande punten.

  1. Met een medewerkster van de Gemeenschappelijke Regeling De Bevelanden besprak PCG Zeeland hoe in de gemeenten daar het wegvallen van de regelingen Wtcg en CER wordt gecompenseerd. De PCG gaf de uitkomsten door aan haar achterban. Wat het contact vooral bijzonder maakte was de afspraak nader overleg te zullen hebben over het probleem van de groep met hoge zorgkosten die buiten de compensatie vallen vanwege een te hoog inkomen. Voor deze groep zouden de gemeenten maatwerk moeten regelen, vonden beide partijen.
  2. Naar aanleiding van een brief die PCG Zeeland aan het College van Veere schreef over strandslaaphuisje van het bedrijf Stranddroom, had de PCG contact met een Veerse ambtenaar. De ambtenaar vertelde over de plannen Zoutelande tot voorbeeld-gemeente qua toegankelijk-heid te maken. De PCG stuurde hem daarna het rapport van Ameland waar iets vergelijkbaars werd nagestreefd en gerealiseerd. Daarmee was voor de PCG de kous af, zo simpel kan het contact met een gemeente er dus uitzien.
  3. Voorafgaand aan de najaarsbijeenkomst op 14 november a.s overleggen twee Zeeuwse wethouders (Schouwen-Duiveland en Terneuzen) en PCG hoe zij invulling geven aan deze avond, die gewijd is aan het VN-Verdrag inzake personen met een handicap. De wethouders vertellen hoe hun gemeenten zich voorbereiden op dat Verdrag, de PCG over hoe wij onze achterban erover hebben geïnformeerd. Het gaat ons niet alleen om de vraag Hoe richten we deze avond in? maar vooral ook hierom: Wat moet het resultaat zijn? Waar willen we met elkaar naar toe?

Aan het slot van onze toelichting hebben we nog gezegd wat we niet willen: geen bijzondere positie of rechten claimen. Mocht met wat wij aan een gemeente voorleggen niets worden gedaan, dan rest ons alleen de politieke weg: lobbyen bij de politieke partijen. We hebben ook nog aangegeven dat ons streven naar een meer direct contact mede is ingegeven door de verharding van de discussie tussen burgers en gemeentebestuur als het om zorg en ondersteuning gaat. Hiermee wordt ook PCG Zeeland geconfronteerd.

De heer Vader geeft aan dat een nieuwe overlegstructuur niet zijn voorkeur heeft. Hij wijst als eerste op de WMO-adviesraad. Daar kan de PCG terecht als ze iets aan gemeentebestuurders kenbaar wil maken. Die raad is zijn gesprekspartner, daarnaast nog weer een overleg instellen is niet efficiënt. De heer Stronks zegt zijn voorbeelden zo gekozen te hebben dat een Wmo-adviesraad als tussenstation niet voor de hand liggend is. Mevrouw Szarafinski en de heer Maas sluiten zich bij de heer Vader aan. Het terrein waarmee Wmo-adviesraden zich bezighouden, is zeer breed. De heer Stronks zegt dat de raden hun handen vol hebben aan het uitbrengen van adviezen, ze hebben de tijd niet zich te verdiepen in zaken waarmee bv. organisaties van belangenbehartigers hebben te maken. Mevr. Szarafinski zegt dat de adviesraden niet alleen een adviserende rol hebben en dat ze ook namens hun achterban spreken. De heer Stronks zegt als voorzitter betrokken te zijn geweest bij het tot stand komen van Wmo-raden in 4 Zeeuwse gemeenten. Steeds werd gestreefd naar een zodanige samenstelling van de raad dat elk lid een of meer maatschap-pelijke organisaties kreeg toegewezen waarvoor hij of zij aanspreekpunt zou zijn. In alle vier gemeenten mislukte deze constructie. De heer Stronks: Ik denk echt dat het ook te veel gevraagd is, naast het goed adviseren op beleidsstukken. Daarom ons pleidooi voor korte lijnen met ambtenaren en bestuurders.

Enkele keren tijdens de bijeenkomst laten de aanwezige wethouders weten dat zulke lijnen altijd al mogelijk waren en mogelijk blijven. De heer Stronks zegt aan het eind van de bijeenkomst dat hij tevreden is met die toezegging en dat PCG Zeeland bij de Wmo-adviesraden zal aansluiten als die met dezelfde onderwerpen bezig zijn als zijn organisatie.

Mevrouw Szarafinski brengt nog het VN-Verdrag ter sprake. Het Verdrag bestrijkt een zeer breed terrein. Op haar opmerking dat er behoefte is aan een handzaam boekje waarin is te lezen wat de taken van de gemeenten zijn t.a.v. het Verdrag, reageert de heer Stronks met: Zo’n boekje is er al, zie onze website.

De opmerking, helemaal aan het slot van het gesprek, van een van de aanwezige ambtenaren, die dacht dat het in dit gesprek over het VN-Verdrag zou gaan, wekt verbazing en onbegrip bij de PCG-bestuur

                                              100_pcg_logo-fc.jpg

PCG Zeeland in het OPOV

Fini de Paauw, voorzitter van PCG Zeeland, vervangt momenteel het zieke bestuurslid Fred Godthelp in het het OPOV, adviesorgaan van de provincie Zeeland.

Eerder schreef Fred Godthelp over wat dit niet zo bekende orgaan doet. Mocht u op het geschrevene willen reageren, neem dan contact op met Fini de Paauw via de contact-pagina van deze website.

Fred Godthelp:

De Provincie heeft een adviesorgaan voor het Openbaar Vervoer, het OPOV dat staat voor Overleg Platform Openbaar vervoer. In dit OPOV is ook de PCG vertegenwoordigd, tot nu toe via Klaverblad Zeeland. Als dat per 1 januari ophoudt te bestaan, is PCG Zeeland zelf de “uitzendende” organisatie.

De Provincie is het bevoegde gezag voor het busvervoer in haar gebied. Zij bepaalt het beleid en stelt daarvoor de middelen beschikbaar. Dit zijn vooral middelen die het RIJK heeft overgeheveld naar de Provincie, de  concessieverlener. Zij verleent concessies aan ondernemingen, die bijvoorbeeld het busvervoer en het fietsvoetveer kunnen verzorgen. Voor het beleid heeft ze een beleidsnota opgesteld. Deze nota is vastgesteld in de Staten. Op basis van deze nota is een programma van eisen en een bestek vervaardigd, deze zijn leidraad geweest bij de aanbesteding. Uitgaande hiervan konden potentiële gegadigden ( ondernemingen)  een offerte indienen. De Provincie heeft na beoordeling daarvan in voorjaar/zomer 2015 een gegadigde gekozen. Deze mocht vervolgens  onder voorwaarden het busvervoer verzorgen. Voor het fietsvoetveer heeft zich geen gegadigde aangediend, zodat de Provincie zelf dit vervoer ter hand is gaan nemen.      

Zowel de beleidsnota als het programma van eisen zijn voorgelegd aan het OPOV, dat daarover adviezen heeft uitgebracht.  

Naast deze documenten zijn/worden in het OPOV ook zaken behandeld als de tarieven, de buslijnen, type vervoermiddelen, de bushaltes, de voorzieningen, ed. Vanuit de PCG-vertegenwoordiging is/wordt op al deze fronten gereageerd, bijvoorbeeld middels vragen als “zijn de bussen en halteplaatsen voldoende ingericht en bereikbaar voor gehandicapten?”. Uiteraard wordt alles afgewogen, maar zijn de kosten een belangrijke graadmeter binnen de kleiner geworden budgetten.  

 100_pcg_logo-fc.jpg